Ik hoor voorbijgangers zich af en toe afvragen hoe het met
me gaat. Dan zeggen ze tegen elkaar: ‘Precies al lang geleden dat Leopold nog
eens iets op zijn blog heeft achtergelaten.’ Dan kijken ze met een blik vol
medelijden naar mij en schudden ze hun hoofd, gevolgd door iets in de trant
van: ‘Ja, die grote tak verliezen heeft hem geknakt.’
Ik probeer dan heel hard te schreeuwen: ‘Nee! Ik voel me
weer op en top!’ Maar dat horen ze dan nooit. En ok, ik word er niet jonger op.
Ik neem m’n tijd voor het aanmaken van nieuwe blaadjes en nootjes, maar dat wil
niets zeggen. Ik zou graag vaker een blog willen dicteren aan m’n typiste, maar
dat mens heeft geen tijd meer voor mij. Ze heeft nu nageslacht om voor te
zorgen, en ze schrijft nu liever poëzie. Dit najaar zou ze blijkbaar ook haar
debuutroman uitgeven. Pff! Ze krijgt het wat hoog in haar kruin, als je het mij
vraagt!
Het leek vroeger alsof ze me nodig had en nu… Ik mag dan wel
een oude bromboom zijn, ik heb ook mijn gevoelens! En ik vond die aandacht en
15 seconds of fame wel fijn. Het smaakte naar meer. Of is het van stoppen op je
hoogtepunt? Want daar is ze wel goed in geslaagd.
Maar wie weet wat dit nieuwe bloeijaar zal brengen?
Misschien mag ik haar weer nieuwe verhalen influisteren? Ik moet toegeven, daar
word ik blij van en ik hoop jullie, mijn trouwe lezers, ook.