zondag 13 mei 2012

'Gelukkig zijn' deel 2


Hoe langer, hoe meer is er nog iets dat me opvalt bij mensen. Ja, ik ga een beetje verder bouwen op mijn schrijfsel van vorige week, omdat het me wel bezig houdt. Hoe komt het toch dat mensen hier in deze omgeving niet altijd gelukkig zijn? Het is een vraag die ik mezelf vaak genoeg stel. Ze hebben toch alles dat hun hartjes begeert? Of niet? Ze hebben veel meer dan pakweg 100 jaar geleden. Ze moeten veel minder werken, hebben veel meer kansen in het leven en de wereld ligt aan hun voeten. 100 jaar geleden waren mensen nog veel meer als bomen, in het opzicht dan van ter plaatse blijven. Nu kunnen mensen gaan en staan waar ze willen, en wij moeten nog steeds met dezelfde plaats gelukkig zijn. Ok nee, ik dwaal volledig af. Ik ben immers een gelukkige boom.
Maar, vele mensen die ik observeer zijn minder gelukkig. Na wederom een lange studie, denk ik een deel achterhaald te hebben. Het zit zo dat mensen, als ze elkaar tegen komen, blijkbaar altijd een lijst hebben van dingen die ze moeten vragen, of willen achterhalen. Let wel: ik heb het hier niet over goede vrienden, eerder verdere kennissen. Eerst vragen ze ‘Heb je al een lief?’. Precies of mensen alleen maar gelukkig kunnen zijn als ze een relatie hebben. Als aan die eerste voorwaarde voldaan is, komt de volgende vraag ‘En wanneer gaan jullie samenwonen?’ Wonen ze al samen, is de volgende vraag ‘Ah, en? Nog geen kinderen?’ Alsof dat het hoogste doel in het leven is. Ja, het is zeker een instinctief doel, maar misschien zouden meer mensen zich eens echt moeten afvragen of dat hen oprecht gelukkiger zou maken. Het is niet omdat iedereen iets van je verwacht, dat je het ook moet inlossen. Het is misschien niet de gemakkelijkste weg dan, want je gaat zogezegd tegen de stroom in, maar als dat hetgeen is wat je gelukkig maakt, is dat toch het belangrijkste, toch?

maandag 7 mei 2012

Een cursus 'gelukkig zijn'


Als ik kijk naar mensen, zie ik vaak in 1 observatieopslag of ze al dan niet gelukkig zijn. Gelukkige mensen hebben altijd van die aangename trillingen rond zich en ze lachen altijd. Ze hebben een open kijk naar de wereld en zullen er ten allen tijde op toekijken dat ze dat geluk kunnen behouden. Ongelukkige mensen, langs de andere kant, hebben vaak slechte trillingen rondom zich hangen. Ze verdoemen zichzelf of, erger nog, de wereld. Ze kijken somber, snauwen hun zogenaamde dierbaren af en schijnen niet te beseffen dat al die negativiteit hen alleen maar ongelukkiger zal maken.
Na een uitgebreid onderzoek gevoerd te hebben (het opvangen van conversaties van zowel gelukkige als ongelukkige mensen), kan ik stellen dat gelukkige mensen vaak hun dromen najagen. Het kan soms misschien wel eens tot frustraties leiden, maar toch, het feit dat ze hun droom proberen na te jagen, maakt hen gewoon al gelukkig. Ongelukkig zijn zij die in hun zetel zitten en nog niet eens proberen om hun dromen na te jagen.
Neem nou Jan. Al sinds hij nog maar juist kon lopen, holde hij al achter een bal aan. Toen hij vier was, zei hij dat ie profvoetballer wilde worden. Zijn ouders lachten het wat weg. Ze vonden het blijkbaar grappig dat hun kleine spruit over grootse dingen durfde te dromen. Hij mocht van mama en papa bij de duveltjes beginnen en na enkele jaren kwam een of andere belangrijke voetbalmeneer hem hier weghalen bij Oostmalle. Jaren lang heb ik hem niet meer gezien, die Jan. Tot gisteren. Ik herkende hem eerst niet, toen hij samen met een mooie, jonge vrouw op m’n bankje kwam zitten.
‘Dus op dat voetbalveld daar is het allemaal voor jou begonnen?’ vroeg de jonge vrouw hem.
Hij knikte: ‘Daar is het allemaal begonnen en nu speel ik precies zomaar ineens bij AA Gent. Vreemd, toch? Hij kreeg tranen in z’n ogen van geluk. Hij was er in geslaagd z’n kinderdroom te verwezenlijken en het mocht wel duidelijk zijn dat het hem ongelooflijk gelukkig maakte.
Weet je, het mooie aan kinderdromen is vaak dat ze zo puur zijn. Ik zie hier vaak kinderen rondlopen en hardop dromen. Dat is zo mooi, ze hebben hoop op het leven, op de toekomst. Bij oudere mensen zijn al die dromen weg. Misschien wel omdat ze ze nooit nagejaagd hebben en dan worden ze ongelukkig. Bij deze dus, trouwe lezers, geef ik jullie het advies mee: achterhaal wat je als kind altijd al wilde en jaag het gewoon na. Ten aanval!

zondag 29 april 2012

Een hoger doel


Onlangs kreeg ik via m’n hulp twee filmpjes te zien op YouTube. Een fantastische uitvinding toch? Bewegende beelden die je altijd en overal kan bezichtigen. Om dan nog maar te zwijgen over de veelheid van boodschappen die je er op kan zetten. 200 jaar geleden zouden mensen gillend zijn weggelopen van dergelijk fenomeen. Nu kunnen vele mensen niet meer zonder dit soort van entertainment. Maar goed, ik dwaal af. Daar zal ik een volgende keer het nog wel eens over hebben, over mensen en entertainment.
De filmpjes die aan me getoond werden, waren getiteld: ‘You have a friend in the trees’ en ‘Trees. We’d be lost without them.’ Toen ik deze quotes zag, dacht ik meteen: uiteraard! Uiteraard ben ik een vriend. Zo trouw als een hond, zo rots als een branding. Of hoe zeg je dat? Ik ben waarschijnlijk de beste vriend die je je kan inbeelden. Ik onderstreepte dit reeds (twee soorten bezoek), maar er zijn ook nog veel voor de hand liggendere redenen waarom we jullie vriend zijn. Zonder ons: geen zuurstof en zonder zuurstof: geen mensen. Het is dus exact wat het tweede filmpje onderstreept: mensen kunnen niet zonder bomen!
Nu zou ik kunnen stellen dat bomen gerust wel zonder mensen kunnen, maar zo ver wil ik het niet drijven. M’n bestaan zou immers veel saaier zijn. Stel je voor: hier honderden jaren staan en geen sappige verhalen horen, geen fijne mensen begapen, geen pittige details. Ik zou dan ook geen blog hebben, dus mijn bestaan zou veel minder nut hebben. Want ja, deze blog heeft wel degelijk een hoger doel. Mijn opzet is nog steeds om mensen te doen inzien dat we van onschatbare waarde zijn. Ik probeer het te doen door te laten zien dat we ook visies hebben op het leven. Want ik weet hoe mensen denken. Jullie sympathiseren veel makkelijker met iets of iemand als je hen begrijpt. Vandaar dus mijn blog! Met nu als waardevolle toevoeging: de filmpjes (ziehier, de links: http://www.youtube.com/watch?v=AxtaBvKas5Q en http://www.youtube.com/watch?v=3AuexER2xOw)
Het zou dus fijn zijn, mochten mensen zich hier echt bewust van worden. Want, zoals gezegd: zij kunnen niet zonder ons…

zondag 22 april 2012

R-E-S-P-E-C-T


De lente is altijd de opening van een nieuwe interessante resem van belevenissen. Er klinkt weer vogelgezang, de zon die heerlijk schijnt en ik herleef zelf ook weer na een lange winterslaap, of is het eerder een sluimerstand?
In ieder geval is de lente ook een seizoen van nieuwe, goede voornemens. Om een of andere reden zie ik dan plots heel wat nieuwe joggers de revue passeren. Grappig is dat ik ze meestal een keer of drie zie en dan nooit meer. Ik gniffel dan ook vaak licht cynisch, iedere keer zo’n groentje passeert. Voor diegene die blijven komen, heb ik echter veel respect. Het leuke bij hen is dat je vooruitgang ziet. Neem nu Kathleen, zij begon deze lente met lopen. Toen ik haar de eerste keren zag, gniffelde ik zoals altijd. Ik zag ze puffen, ze liep met lome passen en ze liep rood aan bij het minste blokje lopen. Toen ik echter zag dat ze plichtsgetrouw drie keer per week bleef passeren, zag ik echt een vooruitgang. Al gauw pufte ze een pak minder en kon ze best lang aan een stuk doorlopen. Haar gezicht trok niet langer grimassen en na enkele weken zag ik zelfs dat ze er van genoot. Het was ook pas op dat moment dat het me opviel hoe mooi ze is. Overduidelijk een vrouw met karakter (en daar hou ik wel van), die zich helemaal bikini-klaar wil maken voor de zomer. Zeg nu zelf, welk mannelijk wezen kan aan zo’n vrouw weerstaan?

dinsdag 17 april 2012

Dromen van een eindeloos ver zicht

Wat is het fijn een beukenboom te zijn! Vanwaar m’n plotse enthousiasme? Goh, ik weet het zelf niet zo goed. Er zzijn gewoon van die dagen dat je als boom blij bent van te zijn wie je bent: Leopold, de beukenboom in mijn geval dus. Soms droom ik er wel eens van een andere boom te zijn…
Zo wou ik vroeger altijd in een warmer klimaat staan. Dan was ik misschien wel een palmboom geweest, wie weet? Dan zou ik ergens langs een tropisch strand wat koelte kunnen geven aan mensen en dieren. Wuivend en in de zon… Wie weet zou ik dan ook wel in een film voorkomen en echt beroemd worden? Ah, heerlijk! Mensen zouden me dan willen knuffelen en met mij op de foto willen. Ik zou amper rust gekend hebben! Maar als ik het dan eventjes niet meer zou zien zitten, zou ik gewoon m'n blik moeten werpen naar de zee, met z’n eindeloze oevers. Ik kan het me zelfs niet inbeelden hoe het is om zo ‘n eindeloos ver zicht te hebben, maar ik denk wel dat het een ongelooflijk geruststellend en mijmerend gevoel in je kan los maken.
Ik zal het allemaal nooit te weten komen, aangezien ik er te oud voor ben. En je weet wat ze zeggen: een oude boom verplant je zomaar niet. Jammer!
Maar langs de andere kant ken ik hier vele mensen, dieren en bomen. Ik zou hen na ’n tijd gaan missen. Dus blijf ik lekker hier, in m’n geliefde Oostmalle!

zondag 25 maart 2012

De lente is in't land!

Ah, ik voel het, ik ruik het en ik zie het! De lente is in ’t land! Tijd om weg te dromen, het leven heeft weer een zonnige kant! Eindelijk weer tijd om wakker te worden, blaadjes aan te maken en vruchtjes te produceren. En uiteraard te genieten van het zonnetje, want dat stemt me altijd blij gezind. Met regen ben ik persoonlijk ook altijd blij, zolang het maar niet te veel is, maar dat geldt ook voor de zon. Ja, ik hou wel van het Belgische weer en dat is waarschijnlijk ook gewoon niet meer dan logisch. Dat mensen hun humeur vaak ook van het weer afhangt, wordt me altijd duidelijk tijdens deze periode. Plots schijnen zij ook weer in gang te schieten. Dat hoor ik dan vaak aan de verhalen. Soms zijn het doodgewone verhalen van simpele huisvrouwen die aan hun grote schoonmaak beginnen, soms levendige, enthousiaste verhalen over kinderen die samen kampen willen bouwen en vaak ook straffe verhalen over jonge mensen. Ah, die vind ik vaak heerlijk om te horen! Zo ving ik gisteren nog een conversatie op tussen twee jonge vrouwen.
‘Ah, zaterdag was toch weer een geweldige avond!’
‘Haha! Zeker wel, lang geleden dat ik nog zo hard gelachen heb. En zoveel gedronken ook, vrees ik.’
‘Ja, zeker wel. Ik zag het toen ge vertrok. Ik dacht eerlijk gezegd: ai ai, dat gaat niet goed komen. Gelukkig was dieje van elle erbij om u naar huis te doen.’
‘Ja, dat moogt ge wel zeggen… Zijn jullie nog lang gebleven nadien?’
‘Bwah, ni zo heel lang. Het was eigenlijk toen dat den Ben op zijn barkruk in slaap viel, dat we beseften dat het misschien beter was om te vertrekken.’
‘Wat? Meent ge dat nu? Is die op de barkruk in slaap gevallen?’
‘Haha, ja, dat was echt zo hilarisch! En wij die maar uitlachen. Man toch, die had ook echt te veel op, ze.’
‘Ja, maar ja, wat wilt ge? Zo’n heerlijk weer, na het werk efkes een terraske gaan doen en er om drie uur ’s nachts nog aan de toog hangen. Want den Ben was al behoorlijk aangeschoten toen we er om tien uur aan kwamen.’
‘Ja, daar kunt ge zeker van zijn. Hij had al stevig wat in zijn kas geslagen. We hebben hem trouwens dan ook echt nog naar huis moeten sleuren, ni normaal! En altijd langs de kant maar willen stoppen en zeggen dat hij niet meer vooruit geraakte en al. En toen we uiteindelijk bij hem thuis aankwamen, ging het alarm daar nog is af en moest hem rap zijn om het af te zetten, maar hij kon eigenlijk maar amper gaan… Man man, we hebben ons echt goed geamuseerd!’
‘Ja, dat zal wel! Als den Ben er bij is, zijn de straffe verhalen verzekerd!’
Schaterlachend en duidelijk nog na genietend verdwenen ze uit m’n observatieveld. Dat ze zich kostelijk geamuseerd hadden die avond in het weekend, leek me wel duidelijk. En dat het goede weer daar iets mee te maken had, was me ook zo klaar als ’n klontje. Heerlijk! Waren mensen altijd maar zo vrolijk en blij!

zaterdag 17 maart 2012

Schijn bedriegt

Dagelijks passeren er een hoop mensen en steeds weer valt hun diversiteit me dan op. Er zijn lieve mensen, rijke mensen, boze, mooie, stinkende, gewone, luidruchtige, zatte, eenvoudige, moeilijke en ga zo maar door. Toch val ik af en toe van de ene verbazing in de andere. Vaak rustten ze immers uit op het bankje dat aan m’n stam staat en dan hoor ik ze bezig. Dan besef ik: uiterlijk zegt lang niet alles.
Zo zaten er vandaag een vader met zijn zoon op het bankje. Toen ze aan kwamen gewandeld, dacht ik: ‘Oh help nee, wandel maar rustig door, marginalerds.’ Vooral de vader was nogal, euhm, opvallend met zijn marcelleke met uitpuilende dikke buik en gouden kettinkje aan. Ze gingen zitten en aan de manier waarop ze met elkaar praatten, kon je gewoon zien dat ze oprecht veel om elkaar gaven. Misschien zagen ze er niet uit zoals ‘de maatschappij’ (wat dat ook mag wezen) het zou willen, ze waren wel gelukkig. Net toen ze rechtstonden, kwam er een vader met zijn dochter aan. Ze zagen er heel gewoon en deftig uit. Ze gingen zitten en ik voelde meteen dat er hier iets niet loos was. De vader reageerde brut op de dochter: ‘Domme koe, ge waart bijna op die vogelscheet gaan zitten. Kijk toch eens wat beter uit uw doppen!’ Ik schrok van deze uitval. De dochter, ik schatte haar amper een jaar of twaalf, bleef er echter zeer kalm onder. Ze schoof wat weg van het obstakel en bleef stil. En toen zag ik het, de vader was gewoon stomdronken. Het deed me ongelooflijk veel pijn om dit in te zien. Hij was echt dronken en zij wist het. Erger nog, ze was er aan gewend. Ze wist duidelijk hoe ze op zo’n momenten met hem moest omgaan. Nee, arm schaap, zoiets zou niet tot de normale leefwereld van een 12-jarige moeten behoren.